| Jozef De Veuster groeit op in Tremelo, als zevende van een gezin van acht kinderen. Eigenlijk is hij door zijn vader voorbestemd om de graanhandel over te nemen. Maar Jozef heeft een roeping. Hij wil net zoals zijn broer Auguste (pater Pamphile) in het klooster van de picpussen treden, in Leuven. Het is niet gemakkelijk zijn ouders te overtuigen, maar in 1859 wordt hij kloosterling. Zijn ultieme droom is missionaris worden. En weer ondervindt hij tegenstand. Zijn leerachterstand is te groot. Maar hij vecht voor zijn droom en wordt zelfs naar Parijs gestuurd om Frans, Grieks en Latijn te studeren. Eind 1863 zou zijn broer naar Hawaï gestuurd worden, maar die wordt ziek. Jozef, intussen Damiaan, neemt zijn plaats in en vertrekt op missie. Bij aankomst in Honolulu (1864) wordt Damiaan bij gebrek aan priesters meteen tot priester gewijd. De melaatsenkolonie op Molokaï wordt al in het daaropvolgende jaar gesticht. Maar tot aan de komst van Pater Damiaan ("Makua Kamiano") blijven de lepralijders aan hun lot overgelaten. In 1873 beslist bisschop Maigret een missionaris naar het eiland te sturen voor drie maanden. Damiaan zal er de rest van zijn leven blijven. De raad om geen enkel risico op besmetting te nemen, slaat hij in de wind. Hij werkt voor en met de melaatsen. Omdat niemand behalve hij op het eiland durft te komen, moet hij alles zelf doen. Hij bouwt en wijdt zijn kerk zelf, is tegelijk dokter en priester. Bij zijn oversten krijgt hij de naam van lastpost, omdat hij om hulp blijft vragen. Maar hij wordt ook een beroemdheid, ontvangt de koning van Hawaï en krijgt giften van over de hele wereld. Uiteindelijk wordt het leven onder de melaatsen Damiaan fataal. In 1889 sterft hij aan de gevolgen van lepra. Zijn stoffelijke resten liggen begraven in Leuven. In 1994 werd zijn rechterhand uit het graf gehaald om als relikwie te dienen. De paus zou immers naar België komen om Damiaan zalig te verklaren. Helaas brak de paus zijn heup en moest het feest een jaar worden uitgesteld. Ondertussen is Pater Damiaan al bijna tien jaar zalig, maar nog niet heilig. Het ontbreekt hem nog aan één wonder. Zijn rechterhand ligt intussen begraven op Molokaï.
|