| Schrijvers hebben de meest uiteenlopende redenen om een pseudoniem aan te nemen. Alfons De Ridder noemde zich naar een bos bij Herselt (Helschot), in de eerste plaats omdat hij zich met andere zaken bezighield dan Willem Elsschot. En 'zaken' mag je letterlijk nemen: Elsschot was gedurende zijn hele carrière evenveel zakenman als schrijver. Na enkele kantooromzwervingen in Parijs, Brussel en Rotterdam richtte hij een reclamebureau op dat hij zou leiden tot aan zijn dood. Het zakenleven is dan ook een centraal thema in Elsschots oeuvre. In Lijmen (1924) bijvoorbeeld, waar zijn alter ego's Laarmans en Boorman de dunne grens aftasten tussen handelsgeest en boerenbedrog. Het boek werd enkele jaren geleden verfilmd, net als zijn debuutroman Villa des Roses (1913). Willem Elsschot behoort niet tot de Groten van de Vlaamse Letteren vanwege zijn fabuleuze verbeeldingskracht. Hij verklaarde zelf 'over weinig tot geen fantasie te beschikken'. Wat hij beschreef was op een of andere wijze echt gebeurd. De kracht van Elsschot ligt vooral in zijn heldere en bondige, maar volstrekt unieke stijl. Hij toonde zich een meester in het schrappen en liet een oeuvre na van amper 750 bladzijden (Ter vergelijking: Louis Paul Boon, met wie Elsschot een correspondentie onderhield, pende er een 30.000 bij elkaar). Willem Elsschot schreef zakelijk, maar daarom niet gevoelloos of afstandelijk. 'De diepte van zijn werk', aldus dochter Ida, 'schuilt in de lezer zelf.' Elsschot was een groot schrijver, maar ook erg onzeker. Na het tegenvallende succes van Lijmen heeft hij tien jaar lang geen letter geschreven. Zijn populariteit groeide nochtans gestaag. En hij kreeg tijdens zijn leven ook de erkenning die hij verdiende. In 1947 ontving Elsschot de Staatsprijs voor verhalend proza, vijf jaar later de Constantijn Huygensprijs. Die laatste bekroning kwam als een totale verrassing: 'Ik dacht aan een vergissing, want er is nog een tweede De Ridder die schrijft.' Niet iedereen was trouwens overtuigd van Elsschots schrijverskwaliteiten. Nadat hij zijn kleinzoon had geholpen met een opstel, kreeg die geen tien op tien, maar een herexamen.
|