| Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van België vanaf 1935 tot in de jaren 70, kan er net zo goed het levensverhaal van Gaston Eyskens op nalezen. Deze christen-democratische politicus is vijf keer premier geweest en dit telkens tijdens de woeligste en neteligste momenten uit die periode. De Koningskwestie, het Schoolpact, de onafhankelijkheid van Congo, de Eenheidswet, de eerste staatshervorming, noem maar op. Eyskens hield in al deze moeilijke kwesties voet bij stuk, ondanks de soms felle tegenkanting van zijn eigen partij of bepaalde delen van de bevolking. Hij was dan ook meer dan een politicus. Hij was een staatsman. Het nationaal belang primeerde op elk ander belang. Politiek bedrijven betekende voor hem 'zich ten dienste stellen van de gemeenschap'. Dat het nationaal belang voor hem ook voor het partijbelang kwam, zorgde nogal eens voor conflicten binnen zijn eigen gelederen. Toen hij bijvoorbeeld een al te gematigde houding aannam in de Koningskwestie, mocht hij een tijdlang geen ministerspost meer bekleden. Eyskens was ook premier toen in 1970 de Belgische staat voor het eerst hervormd werd. Hij sprak toen de Kamer toe met de legendarische woorden: "De unitaire staat, met zijn structuur en zijn werkwijze zoals thans door de wetten nog geregeld, is door de feiten achterhaald." Ook dit soort taalgebruik typeerde hem. Terwijl de hedendaagse Vlaamse politici het hebben over "hunne stad Hassel" of over "premier Verofstadt", sprak Eyskens altijd in een uiterst verzorgde standaardtaal. Hij onderscheidde zich daarmee van het volk, maar dit gaf hem wel een extra gezag en waardigheid. In 1999 werd Gaston Eyskens door de lezers van de krant De Standaard verkozen tot politicus van de eeuw. Wanneer vandaag over Gaston Eyskens wordt gepraat, heeft men het dikwijls over "vader Eyskens". Mark Eyskens, die eveneens een belangrijk Belgisch politicus is geweest en intussen ook al de pensioengerechtigde leeftijd voorbij is, blijft voor eeuwig "de zoon". Deze laatste kwam ooit als jonge scholier tegen Gaston Eyskens zeggen: "Papa, vandaag heeft de meester gezegd dat de mens afstamt van de aap." Zijn vader kijkt op uit de krant en zegt: "Ja, jongen, jij misschien wel, maar ik zeker niet!" |