| In een ver en rijk verleden stonden onze gewesten in het middelpunt van de Europese belangstelling. Antwerpen en Brugge waren belangrijke handelsmetropolen en onze schilderkunst scheerde hoge toppen in de vorm van de Vlaamse Primitieven. Maar dat was niet het enige talent uit deze contreien. Tijdens de bloeitijd van de Renaissance bereikt de meerstemmige muziek of polyfonie een hoogtepunt dankzij de Vlaamse Polyfonisten. Let wel: 'Vlaams' verwijst hier naar de Zuidelijke Nederlanden. Het merendeel van de componisten was eigenlijk Franssprekend. Maar terug naar de muziek. Het hele Europese muziekleven werd gedomineerd door hun welluidendheid en technische virtuositeit. De beroemdste, meest begaafde en meest veelzijdige die opstaat uit de vijf generaties polyfonisten draagt de naam Orlandus Lassus. Of Roland de Lassus of Orlando (di) Lasso of Roland Delattre of enzovoort. Opstanden, onrust en geloofsvervolging drijven het kunstenaarstalent naar andere streken. Lassus verblijft van 1544 tot 1554 in Italië. Daarna volgt een kort verblijf in Antwerpen. Zijn eerste werken worden hier uitgegeven, wat meteen de start betekent van zijn internationaal succes. In totaal componeert Lassus meer dan 2000 werken. Uitzonderlijk aan zijn talent is dat hij alle vocale genres in Latijn, Frans, Italiaans en Duits naar een hoger niveau voert, zowel profaan als religieus. Zijn faam is ongeëvenaard. De Europese hoven voerden een ware prestigestrijd om een componist aan hen te binden. Het hof van München won overduidelijk met de aanwinst van Orlandus Lassus als kapelmeester in 1562. De Franse koning Karel IX trachtte hem nog af te snoepen, maar tevergeefs. Net voor zijn dood in 1594 schrijft hij zijn zwanezang: het zevenstemmige "Lagrime di San Pietro", een hoogtepunt van de renaissancemuziek. München eert hem postuum met een publicatie van zijn werk in 1595. Profane liederen waren zeer populair in de 16e eeuw. Maar in de religieuze strijd tussen protestanten en katholieken werd ook de muziek ingezet. Men achtte het een geschikt middel om het geloof te verspreiden. Door simpelweg de tekst van de compositie te veranderen in een meer religieuze boodschap had men "propaganda". Ook de werken van de beroemde Lassus vielen ten prooi aan deze godsdienstijver. Zijn erotisch getinte Franse chansons werden van een passende tekst voorzien "zodat men ze kan zingen zowel met de stem als op een instrument zonder de tong te bezoedelen of christelijke oren te beledigen".
|