| Toen Camille Huysmans op de viering van Emile Vanderveldes zeventigste verjaardag het spreekgestoelte betrad, haalde hij een anekdote boven over Vandervelde die als kind paus wilde worden. 'Paus is hij ook geworden', voegde Huysmans eraan toe, 'maar dan wel van de Tweede Internationale.' Er zit een grond van waarheid in. Vandervelde is nog geen 23 jaar wanneer de Belgische Werkliedenpartij (BWP) hem naar Parijs stuurt om de Tweede Internationale te helpen stichten. En wanneer de Internationale in 1900 een permanent bureau vestigt in Brussel, wordt hij voorzitter. Vanderveldes rol in het internationale socialisme is opmerkelijk. Zeker voor een zoon uit een bemiddeld burgergezin, die zijn eerste politieke stappen zet in de Liberale Jonge Wacht. Als student aan de ULB ontpopt Vandervelde zich onder invloed van twee progressieve professoren tot socialistisch militant. Hij ligt mee aan de basis van het Verklaring van Quaregnon, jarenlang de officiële doctrine van het Belgische socialisme. In de jaren na 1894 wordt Vandervelde een van de grote boegbeelden van de BWP. Hij vormt haar om van een door straatprotest gekenmerkte beweging tot een salonfähige regeringspartner. Vandervelde zet zich vooral in voor de invoering van het algemeen stemrecht. Samen met de christen-democraten maakt hij een belangrijk deel van de wetgeving van de jaren twintig. En als partij-intellectueel pleit hij in een periode van plansocialisme en een nationalistisch buitenlands beleid voor een neomarxistisch socialisme en internationale solidariteit. Niet dat Vandervelde een dogmaticus is. In de beste Belgische traditie laveert hij tussen harde standpunten en verregaande compromissen. Zijn roepnaam 'de Patron' zegt het allemaal: Emile Vandervelde was een geboren leider. De Brusselse socialist Louis de Brouckère herinnerde zich hoe hij de elfjarige Vandervelde op het strand van Blankenberge leerde kennen. In een wedstrijdje om het grootste zandkasteel te bouwen blonk Vandervelde uit in het systematisch delegeren van het werk. Al kan het ook dat de jonge Vandervelde zijn eigen onhandigheid wilde camoufleren. Volgens diezelfde de Brouckère kon hij immers ontzettend onbeholpen overkomen. 'Je zou hem moeten zien in een station waar hij helemaal alleen valiezen moet bewaren, een kaartje kopen en een plaats reserveren in een restauratiewagen. Daarin was hij heel onhandig. In wondere tegenspraak met de knappe wijze waarop hij het partijapparaat of een ministerieel departement kon beheren.'
|