| De 15e eeuw. De Middeleeuwen lopen op hun einde en de Renaissance maakt haar opwachting. Onder het kunstminnende oog van de Bourgondische hertogen schieten de talentvolle schilders in de Lage Landen als paddestoelen uit de grond. Hun stijl is vernieuwend door hun uitzonderlijk oog voor detail. De werken vormen een hoogtepunt in de westerse kunstgeschiedenis en worden later gegroepeerd onder één naam: de Vlaamse Primitieven. Eén van deze grote vernieuwers van de schilderkunst wordt geboren in Doornik als Roger de la Pasture. Hij werkt er jarenlang in het atelier van zijn meester Robert Campin. Op het moment dat Jan Van Eyck bezig is aan zijn "Lam Gods", maakt Rogier er zijn belangrijkste werk: "De Kruisafneming". De twee tijdgenoten zijn aan elkaar gewaagd. Maar terwijl Van Eyck meester is van de observatie, blinkt van der Weyden uit in de weergave van de emotie. Dit maakt zijn religieuze panelen minder afstandelijk. Menselijker. Van der Weyden staat ook dichter bij het volk en de burgerij dan Van Eyck die vooral voor de adel schilderde. In 1435 vinden we van der Weyden terug als stadsschilder in Brussel. Hij werkt er jarenlang aan de gerechtigheidspanelen voor het nieuwe stadhuis. Het "wereldwonder van inventie en vakkennis" gaat helaas verloren in het Franse bombardement van 1695. Tijdens zijn laatste levensjaren wijdt hij zich aan een burgerlijk genre: de portretkunst. "De Kruisafneming" is nu te bezichtigen in het Prado te Madrid. In de 16e eeuw liet de kunstminnende Filips II het werk verschepen naar Spanje. Het heeft lang geduurd voor het op zijn bestemming kwam. Het schip liep op een zandbank en verloor zijn lading. Gelukkig was het kostbare werk waterdicht verpakt. Toen het eindelijk werd teruggevonden, had het bijna geen schade geleden. Filips II liet er voor de zekerheid een kopie van maken en stelde het originele altaarstuk achter gesloten deuren op in het Escorial-klooster.
|